Tips voor zindelijkheidstraining

Naar aanleiding van het filmpje over zindelijkheidstraining kreeg ik de vraag van een tweelingmoeder of ik nog andere tips voor haar had. Haar jongenstweeling van drieënhalf wilde maar niet zindelijk worden. Ze had al van alles geprobeerd: belonen met stickers, aanmoedigen om naar de wc te gaan, krentjes laten eten, zonder luier laten rondlopen. Het leek allemaal weinig effect te hebben. Ze bleven ‘het’ gewoon ophouden tot het moment dat ze naar buiten of naar bed gingen en een luier aan kregen.

Nu dus de vraag: hoe kun je dit doorbreken?

In sommige gevallen zijn psychologische factoren van invloed op de zindelijkheid van jonge kinderen, maar daar gaat dit artikel niet over. Dit artikel gaat over hoe je kinderen kunt trainen om zindelijk te worden. Bij zindelijkheidstraining pleit ik voor een gedragsmatige aanpak. Dit wil zeggen dat je het gedrag probeert te beinvloeden met behulp van consequent handelen en belonen.

Daan en Lars gaan zelfs samen naar de wc!

Om het eigen gedrag te kunnen veranderen, heeft een kind feedback nodig. In het geval van zindelijkheid krijgt een kind vanaf een jaar of twee die feedback van zijn eigen lichaam: het kind voelt aan dat hij naar de wc moet. Bij de meeste kinderen is dat het moment om (overdag) zindelijk te worden. Daarnaast krijgt een kind feedback uit zijn omgeving. Ouders en andere opvoeders kunnen een kind helpen om zindelijk te worden door het kind hierop te attenderen: ‘volgens mij moet je plassen, ga maar even naar de wc’.

Je kunt een kind helpen om zich bewust te worden van de signalen die zijn lichaam afgeeft en hierop te reageren. Dit is eigenlijk wat je doet bij zindelijkheidstraining. Hierbij is het belangrijk dat je consequent bent in je aanpak en dat je consequenties verbindt aan het gedrag van het kind.

Hoe pak je het aan?

De aanpak bij zindelijkheidstraining heeft betrekking op de houding van de opvoeder en de situatie waarin het kind iets kan leren. Als het kind naar de kinderopvang gaat, zijn er verschillende situaties en verschillende opvoeders. In dat geval is goede afstemming tussen de opvoeders een belangrijke voorwaarde om de kans van slagen te vergroten. De aanpak is gericht op het stimuleren van gewenst gedrag, namelijk: dat het kind uit zichzelf en op tijd naar de wc gaat. Om dit gewenste gedrag te bereiken, volgen nu enkele tips:

 

Algemene tips:

  • Laat het kind veel drinken
  • Zet een potje klaar of zorg ervoor dat de wc binnen bereik is
  • Moedig het kind steeds aan om naar het potje of de wc te gaan zitten: ‘kom maar, dan gaan we het nog een keer proberen. Laat maar eens kijken hoe gaat jij dat al kan!’
  • Prijs het kind voor elke poging om naar de wc te gaan: ‘wat goed dat je probeert te plassen’
  • Beloon het kind voor elke geslaagde poging: ‘wat knap van jou dat het gelukt is om te plassen’
  • Spreek het kind aan op ongewenst gedrag. Keur het af als het kind in zijn broek (of op de grond) plast: ‘wat doe je nou?! Plassen doen we op de wc. Loop maar even mee, dan proberen we het ook nog even op de wc’

Bij je aanpak zul je er rekening mee moet houden dat het misschien niet in één keer lukt. Sommige kinderen worden van de ene op de andere dag volledig zindelijk, maar dit is zeldzaam. Bij de meeste kinderen gaat er een langere periode overheen voordat ze dag en nacht zindelijk zijn. En sommige kinderen blijven tot een jaar of zeven in hun broek plassen. Waar dat mee te maken heeft, is vaak onduidelijk.

De zindelijkheidstraining kun je indelen in 3 fasen. Per fase volgen nu enkele tips.

Fase 1: de beginfase

  • Laat het kind overdag zonder luier en zonder (onder)broek rondlopen
  • Doe het kind ‘s middags in bed wel een luier aan
  • Doe het kind wel een luier aan als je de deur uitgaat
  • Laat het kind ‘s nachts wel een luier dragen

Fase 2: de vervolgfase

  • Laat het kind overdag zonder luier rondlopen, eventueel zonder (onder)broek
  • Laat het kind ‘s middags zonder luier met (onder)broek slapen (desnoods op een extra plaszeiltje)
  • Doe gewone kleding aan zonder luier als je de deur uitgaat
  • Laat het kind ‘s nachts wel een luier dragen

Fase 3: de afrondingsfase

  • Laat het kind overdag zonder luier rondlopen in gewone kleding
  • Laat het kind ‘s middags zonder luier slapen
  • Doe gewone kleding aan als je de deur uit gaat
  • Laat het kind ‘s nachts geen luier dragen
  • Haal het kind ‘s avonds laat nog even uit bed om te plassen

De stickerkaart

Met behulp van een stickerkaart kun je gewenst gedrag belonen. Een beloningssysteem kan effectief zijn, mits het op de juiste manier wordt gebruikt.

Tips:

  • Benoem concreet hoe het kind een sticker kan verdienen: wat moet het kind doen en met welke frequentie? Krijgt het kind een sticker voor elke keer dat het iets op de wc doet? Of moet hij de hele dag droog blijven om een sticker te ontvangen?
  • Gebruik een stickerkaart waarbij een kind gedurenden de dag meerdere momenten heeft waarop het iets kan verdienen. Als het dan een keer mis gaat, heeft het kind in het vooruitzicht dat het die dag nog een nieuwe kans van slagen heeft
  • Bij een tweeling: kijk goed naar de plek waar je de stickerkaarten ophangt. Bij sommige tweelingen werkt competitie bevorderend, terwijl dit bij andere tweelingen juist belemmerd werkt. Of je de kaarten direct naast elkaar hangt of juist op verschillende plekken, hangt dus af van het type tweeling
  • Gebruik de stickerkaart niet te lang. Bekijk per week of het effect heeft. Meestal is een week of twee voldoende om een gedragsverandering te zien. Als je er daarna mee door wilt blijven gaan, overweeg dan een ‘stopweek’ of pas de stickerkaart aan
  • Benut het moment van stickerplakken om het kind nog even extra in het zonnetje te zetten. Kinderen zijn gevoelig voor complimentjes, dus wees er niet te zuinig mee!
  • Als een stickerkaart niet werkt, zoek dan naar een ander soort beloning. Een beloningssysteem werkt alleen als het kind gevoelig is voor de beloning. Suggesties zijn: iets lekkers krijgen, iets leuks mogen doen (samen een spelletje doen, samen koekjes bakken)

 

Hier volgt een voorbeeld stickerkaart:

 droog uit bed

 ochtend

droog uit bed

middag

Maandag
Dinsdag
Woensdag
Donderdag
Vrijdag
Zaterdag
Zondag

Met deze stickerkaart kan het kind elke dag vier stickers verdienen: door ‘s ochtends droog uit bed te komen, door ‘s ochtends een keer iets op het potje of de wc te doen, door ‘s middags droog uit bed te komen, en door ‘s middags een keer iets op het potje of de wc te doen. Zo heeft het kind vier kansen om een sticker te verdienen. Bij deze kaart mag het kind dus ‘fouten’ maken. Het kind mag dus best ‘een ongelukje’ hebben en kan dan nog steeds een sticker verdienen. Het is ook belangrijk dat die ruimte erin zit. Het gaat er namelijk niet om dat het direct foutloos lukt, het voornaamste is dat de zindelijkheid op gang wordt gebracht. Als het kind dit eenmaal door heeft, kun je aan de volgende stap gaan werken: droog blijven.

Hier kun je stickerkaarten downloaden:

Stickerkaart auto

Stickerkaart bloem

Stickerkaart hond

Stickerkaart poes

Stickerkaart smile

Stickerkaart zon


Als niets lijkt te werken…

Sommige ouders hebben al van alles geprobeerd en hebben het idee dat niets lijkt te werken. Misschien zijn er factoren van invloed waardoor het bij jouw kind net even anders gaat. Het kan een goed idee zijn om ook eens de huisarts te raadplegen, bijvoorbeeld bij vermoedens van enurese of encoprese.

Maar het kan zeker ook de moeite waard zijn om je eerdere pogingen een nieuwe kans te geven. Soms blijkt dat een eerdere aanpak op een later moment wel werkt. Een paar maanden maakt voor een kind op die leeftijd veel uit. Voor persoonlijk advies kun je ook altijd even contact opnemen via suzanne@twinsvideoblog.nl

Posted in Uncategorized | Tagged , | Leave a comment

Vraag van een tweelingmoeder over onderlinge strijd

‘Ik heb een monozygote jongens-tweeling van 7 jaar oud. Als ze niet samen zijn (bijvoorbeeld als er een is  logeren bij opa en oma), heb ik een totaal ander kind voor me. En dat geldt voor beiden. Dan zijn ze heel erg lief, ze luisteren goed en ze zijn rustig. Maar zodra zij bij elkaar zijn (en dat geldt voor het grootste gedeelte van de tijd), lijkt het alsof ik te maken heb met compleet andere kinderen: ze luisteren niet of nauwelijks, ze vechten (fysiek) vaak, maar kunnen ook niet te lang zonder elkaar. In plaats van twee kinderen, lijkt het alsof ik een hele kamer vol heb, zo druk zijn ze dan! Ook hebben we regelmatig een tafel-drama, waarbij beide kinderen teveel praten en te weinig eten. Ik kan nauwelijks tot ze doordringen als ze samen zijn, het is alsof ik tegen een muur praat. Wat ik nog het ergst vind, is dat ze veel (bek)vechten. Er lijkt veel sprake te zijn van jaloezie. Ik probeer ze allebeide evenveel aandacht te geven, ik laat ze vrij in hun eigen keuzes passende bij hun leeftijd. Wat kan ik doen om de jaloezie en het vechten te verminderen?

 

Max en Porter

Max en Porter

 

Deze vraag klinkt bekend. Het is een probleem dat vaker voorkomt, en dan met name bij een-eiige tweelingjongens. Meestal wordt dit soort gedrag in de loop der jaren vanzelf minder, maar voor nu is dat een schrale troost. Ze zijn nou eenmaal sterk op elkaar gericht en het versterkende gedrag bij tweelingkinderen is soms lastig te doorbreken. Ik kan wel wat praktische tips geven, die misschien helpen: 

  • maak duidelijke afspraken met ze over wat ze gaan doen: waar ga je mee spelen? met wie ga je spelen? waar ga je dat doen? hoe lang ga je dat doen? En controleer dit ook.
  • verbind consequenties aan hun gedrag: positief gedrag leidt tot een beloning (bijv. samen met jou een spelletje doen, of 10 min. later naar bed, of toetje uitkiezen ofzo) negatief gedrag leidt tot een sanctie (eerder naar bed, naar boven sturen, geen tv mogen kijken, niet mogen DS-en ofzo).
  • reageer direct op hun gedrag, laat ze niet hun gang gaan, want dan wordt het meestalv van kwaad tot erger. Ze zoeken duidelijk grenzen op: geef die ook!
  • bepaal zelf of ze samen kunnen spelen. Als je aanvoelt dat het mis zal gaan, laat ze dan liever apart spelen. Leg ook maar uit waarom.
  • ga aan tafel tussen ze in zitten. De één aan het hoofd van de tafel en de ander naast jou. Zodra er eentje begint met uitdagen, stuur je hem direct van tafel. Zet hem bijv. 2 min. op de trap. Als hij daar een ‘showtje’ van gaat maken, stuur je hem 10 min. naar boven .
  • wees heel duidelijk en consequent. Maak ze verantwoordelijk voor hun gedrag. Ze moeten leren om er samen voor te zorgen dat het gezellig is in huis. Spreek ze hierop aan, daar zijn ze oud genoeg voor.
  • door één van de twee te ‘straffen’ is het voor de ander direct duidelijk waar de grens ligt: ‘nee’ is ‘nee’. Maar het werkt ook andersom: als je niet direct reageert dan weten ze: ‘mama wordt toch niet boos’.
  • omgekeerd kun je ook de ander extra belonen voor ‘niet meedoen met slecht luisteren’. Als je de één van tafel hebt moeten sturen, dan kun je tegen de ander zeggen: jij mag zo een toetje uitkiezen. Hierdoor wordt nummer één dubbel ‘gestraft’ en is het des te effectiever.

Het voornaamste is dat ze leren hun eigen gedrag onder controle te krijgen. Hierbij kun je ze helpen met behulp van deze gedragsmatige aanpak. Sommige ouders hebben er moeite mee om streng te zijn, maar de meeste kinderen vinden het juist fijn als ze duidelijke grenzen krijgen. Het is erg belangrijk dat helder is wie ‘de baas in huis’ is. Daarna wordt het gezellig:-)

 

Posted in Uncategorized | Tagged , , , , , | 1 Comment

Virtual Twins: genetisch niet verwant, dan toch een tweeling?

Virtual Twins is een term die wordt gebruikt voor kinderen die samen opgroeien, maar die geen genetische verwantschap hebben. Ze schelen weinig in leeftijd en zijn, net als gewone tweelingen, voor psychologen en andere wetenschappers een bijzondere onderzoeksgroep om de relatieve invloed van genetica en omgevingsinvloeden te bestuderen. De meeste onderzoekers hanteren hierbij een grens van maximaal negen maanden leeftijdsverschil.

Virtual twins kunnen op verschillende manieren in het gezin terecht komen. Het klassieke voorbeeld van virtual twinning is de situatie waarin een ouderpaar bezig is met een adoptieprocedure, waarbij de aanstaande adoptiemoeder opeens zelf ook zwanger blijkt te zijn. In plaats van af te zien van adoptie kiezen ze er dan voor om het kindje alsnog te adopteren als broertje of zusje van hun eigen kind. Virtual twinning kan ook ontstaan als twee kinderen van verschillende afkomst tegelijkertijd worden geadopteerd.

Het is moeilijk is om precies vast te stellen hoe vaak virtual twinning voorkomt. Maar het is wel duidelijk dit fenomeen in Amerika, en misschien ook elders op de wereld, steeds vaker voorkomt. Dit heeft te maken met de toegenomen leeftijd waarop vrouwen kinderen krijgen. Vanwege vruchtbaarheidsproblemen en het risico op ongewilde kinderloosheid worden er steeds vaker meerdere lijnen gelijktijdig uitgezet: adoptie, draagmoederschap, natuurlijke zwangerschap en vruchtbaarheidsbehandelingen. Als ouders jarenlang met onvruchtbaarheid worstelen, voelen zij zich soms genoodzaakt om meerdere paden gelijktijdig te bewandelen en hiermee de kans te vergroten dat ze ten minste één kind kunnen krijgen.

Wil je hier meer over lezen? Kijk dan hier: http://articles.chicagotribune.com/2008-09-28/features/0809241414_1_identical-twins-twin-studies-center-virtual

Posted in Uncategorized | Tagged | Leave a comment

Welke voorkant voor mijn nieuwe boek vind jij het mooist?

Voor de boekomslag van mijn nieuwe boek ‘Twinspiratie voor tweelingouders’ heb ik een paar ontwerpen laten maken (door Creative Facilities) en ik zou graag willen weten welke voorkant jij het meest aansprekend vindt. Geef dus hieronder je mening! Klik of je favoriete ontwerp en klik vervolgens op de bevestigingsknop.

 

Posted in Uncategorized | 2 Comments

Een-eiig of twee-eiig: verwarring in het ziekenhuis

Het komt regelmatig voor dat tweelingouders in het ziekenhuis te horen krijgen dat hun tweeling een-eiig is, als het eigenlijk twee-eiig is, en omgekeerd.  Onderzoek in 2004 in Amerika toonde aan dat 81 procent (!) van de artsen dacht dat tweelingen met aparte placenta’s twee-eiig zijn. Feitelijk heeft 25 tot 30 procent van de een-eiige tweelingen aparte placenta’s en vruchtzakken.

Max en Porter, zouden ze een-eiig of twee-eiig zijn?

Recent werd er in Engeland onderzoek gedaan bij 1302 ouders van same sex tweelingen (jongen/jongen of meisje/meisje). Aan de hand van vragenlijsten en DNA onderzoek werd vastgesteld dat 651 van de tweelingen een-eiig was, 621 twee-eiig en bij 30 tweelingen was er onvoldoende informatie beschikbaar om hier iets over te zeggen.

Van de 191 ondervraagde tweelingouders gaf 14,7 procent aan dat de zygositeit van hun tweeling na de geboorte verkeerd was vastgesteld: bij 179 een-eiige tweelingen was ten onrechte gezegd dat ze twee-eiige waren en bij 12 twee-eiige tweelingen was gezegd dat ze een-eiig waren.

Mocht je twijfelen aan de correctheid van de zygositieit van jouw tweeling? Lees dan het artikel Zygositeitsbepaling en het belang daarvan op twinspiratie.nl.

 

Posted in Uncategorized | Tagged , , | Leave a comment

Tweelingen samen in de klas: verschil tussen een-eiig en twee-eiig?

In het artikel over tweelingen en school dat ik voor HJK heb geschreven, maak ik geen onderscheid tussen één-eiige tweelingen en twee eiige tweelingen. Naar aanleiding van dit artikel kreeg ik van een adjunct-directeur de vraag of dit nog uitmaakt.

Ik zou in het beleid ten aanzien van tweelingen geen onderscheid maken tussen een-eiige en twee-eiige tweelingen. Natuurlijk zijn er wel verschillen tussen een-eiige en twee-eiige tweelingen, maar misschien kun je het dan beter hebben over de verschillen tussen tweelingen van hetzelfde geslacht en tweelingen van verschillend geslacht.

Daan en Lars

Bij jongen-meisjes tweelingen zie je bijvoorbeeld dat het meisje zich vaak wat dominanter opstelt dan de jongen en ook liggen bij dit type tweeling de interesses en vriendengroepen wat meer uit elkaar. Bij tweelingen van hetzelfde geslacht is dat meer gedeeld. Dat geldt zowel voor een-eiige als voor twee-eiige tweelingen, al zie je bij een-eiige tweelingen vaak wel wat meer overlap vanwege de genetische verwantschap.

Sommige een-eiige tweelingen zijn extreem close en dan denkt men vaak dat het beter is om ze te scheiden. Dat is soms ook zo, bijvoorbeeld als er sprake is van veel concurrentie en jaloezie, of als de een het altijd net iets beter doet dan de ander. Maar in de meeste gevallen is het beter om ze de ruimte te geven om op hun eigen manier los van elkaar te komen. Voor sommige tweelingen betekent dit dat ze misschien hun hele schoolcarriere samen blijven, maar de meeste tweelingen gaan op de middelbare school uit elkaar. Of eerder op de basisschool.

Bij het al dan niet scheiden van tweelingen gaat het er vooral om dat er goed wordt samengewerkt tussen ouders en leerkrachten. De voorkeur van ouders zal in eerste instantie gehonoreerd moeten worden, tenzij er aanwijsbare redenen zijn om hier vanaf te wijken. Zij kennen hun eigen kinderen het beste. Als de leerkracht goede inhoudelijke argumenten heeft om de kinderen uit elkaar te willen plaatsen, dan zijn de meeste ouders het hier ook mee eens. Elke ouder wil natuurlijk het beste voor zijn kinderen. En door goed met elkaar te overleggen, kom je er altijd wel uit.

Posted in Uncategorized | Tagged , , , | Leave a comment

foto’s van drielingen en vierlingen gezocht

Ik zoek nog een paar foto’s voor mijn boek dat binnenkort uitkomt. Wie kan me helpen aan foto’s die passen bij de volgende onderwerpen:

  • meerlingen: drielingen en vierlingen
  • tweelingen met beperkingen (lichamelijke en verstandelijke beperkingen)
Elisa en Marius

Elisa en Marius

 

Je kunt je foto’s sturen naar suzanne@twinsvideoblog.nl

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Artikel Tweelingen en School in HJK

In maart verschijnt er een artikel over tweelingen in Het Jonge Kind, vakblad voor ontwikkeling, opvoeding en onderwijs aan jonge kinderen). In dit artikel ga ik in op de vraag of je tweelingen het beste samen of apart in de klas kunt plaatsen. Hierbij wordt het belang van een flexibel tweelingenbeleid benadrukt en er wordt aangedrongen op beter overleg met ouders. Ook wordt er een uiteenzetting gegeven van de argumenten die in deze discussie een rol spelen.

Max en Porter

Max en Porter

Veel scholen hebben Het Jonge Kind (of HJK) in de koffiekamer op tafel liggen. Dus geef het door op school en help de kennis en houding ten aanzien van tweelingen verbeteren.

Hieronder lees je het voorbeeld dat in het artikel besproken wordt. Ik heb voor dit voorbeeld gekozen, omdat dit een verhaal is dat ik herhaaldelijk heb teruggekregen van ouders. Misschien herken je dit, of heb je een andere ervaring met school die je zou willen delen. Je kunt altijd contact met me opnemen, ik denk graag met je mee suzanne@twinsvideoblog.nl

Een voorbeeld:

Aan het begin van het schooljaar starten Jim en Sam samen in groep 1. De school wilde de jongens eigenlijk direct apart plaatsen, maar heeft er bij hoge uitzondering mee ingestemd om ze de eerst weken samen te laten wennen op school. Na de herfstvakantie worden ze alsnog gescheiden. Volgens de leerkracht ‘hangen ze erg aan elkaar’ en het lijkt haar daarom beter als ze uit elkaar worden gehaald. De ouders hebben hier veel moeite mee, maar school zet toch door. Vanwege hun tweelingenbeleid.

Sam lijkt weinig last te hebben van de scheiding. Hij speelt veel met andere kinderen en ook in cognitief opzicht doet hij het goed. Met Jim daarentegen verloopt het minder goed. Hij vertoont in de klas angstig gedrag, zoekt geen contact met andere kinderen en heeft veel last van psychosomatisch klachten. Ook scoort hij laag op de toetsen van het leerlingvolgsysteem. De leerkracht adviseert ondersteuning door een orthopedagoog, omdat ze het vermoeden heeft dat Jim autistisch is. Ook twijfelt ze eraan of Jim na de zomervakantie door kan gaan naar groep 3.

Na uitgebreid onderzoek (psychologisch onderzoek en afname van de Wechsler IQ test voor kinderen) wordt geconcludeerd dat Jim een gemiddelde intelligentie heeft en dat er geen sprake is van een ontwikkelingsstoornis zoals autisme. Volgens de orthopedagoog hangen de psychosociale problemen van Jim vermoedelijk samen met de scheiding op school, aangezien Jim in de thuissituatie geen afwijkend gedrag vertoont. Op basis van gesprekken met de ouders en met Jim en Sam adviseert ze om Jim weer bij Sam in de klas te laten plaatsen.

 

Posted in Uncategorized | Tagged , , | Leave a comment

Afscheid van een tweeling

Afgelopen week werd ik gebeld naar aanleiding van het droevige bericht dat de aanstaande ouders van een tweeling aan het einde van hun zwangerschap een kindje hadden verloren. Het is natuurlijk bijzonder ingewikkeld om tegelijkertijd te rouwen om het kindje dat je hebt verloren en tegelijkertijd te genieten van je andere kindje dat het wel heeft gered.

 

Schrijfster Denise Hilhorst van frissezin sprak met drie vrouwen die ook afscheid moesten nemen van hun tweelingkinderen en ze beschreef hun bijzondere verhalen.

Ik wil niet opnieuw mijn baby verliezen 1 (pdf)

Ik wil niet opnieuw mijn baby verliezen 2 (pdf)

Op weg naar de operatiekamer gaf hij me een afscheidsschopje (pdf)

Het gemis is alleen maar sterker nu ik Caleb heb (pdf)

Anna Den Heijer schreef haar bijzondere verhaal genaamd

Hannah, onzichtbare tweelingzus

 

Heb je naar aanleiding van deze verhalen nog vragen? Neem dan gerust even contact met met op suzanne@twinsvideoblog.nl

Posted in Uncategorized | Tagged | Leave a comment

Een verhaal over het Transfuseur Transfusee Syndroom

Na een zwangerschap van 36 weken werden Ryan en Luke gezond geboren. Maar de zwangerschap verliep niet zonder problemen, want er was sprake van Transfuseur Transfusee syndroom (TTS). Tweelingmoeder Jenniffer vertelt haar verhaal in het interview dat je kunt vinden op www.twinspiratie.nl 

 

Ryan en Luke

 

 

Posted in Uncategorized | Tagged , , | Leave a comment