Zindelijkheidstraining: hoe doe je dat?

Ik krijg regelmatig vragen van ouders over broekplassen. Hierbij gaat het om jonge kinderen die nog niet volledig zindelijk zijn (‘s nachts en/of overdag).  

Nu dus de vraag: hoe kun je dit verhelpen?

In sommige gevallen zijn psychologische factoren van invloed op de zindelijkheid van jonge kinderen, maar daar gaat dit artikel niet over. Dit artikel gaat over hoe je kinderen kunt trainen om zindelijk te worden. Bij zindelijkheidstraining pleit ik voor een gedragsmatige aanpak. Dit wil zeggen dat je het gedrag probeert te beinvloeden met behulp van consequent handelen en belonen.

Daan en Lars gaan zelfs samen naar de wc!

Om het eigen gedrag te kunnen veranderen, heeft een kind feedback nodig. In het geval van zindelijkheid krijgt een kind vanaf een jaar of twee die feedback van zijn eigen lichaam: het kind voelt aan dat hij naar de wc moet. Bij de meeste kinderen is dat het moment om (overdag) zindelijk te worden. Daarnaast krijgt een kind feedback uit zijn omgeving. Ouders en andere opvoeders kunnen een kind helpen om zindelijk te worden door het kind hierop te attenderen: ‘volgens mij moet je plassen, ga maar even naar de wc’.

Je kunt een kind helpen om zich bewust te worden van de signalen die zijn lichaam afgeeft en hierop te reageren. Dit is eigenlijk wat je doet bij zindelijkheidstraining. Hierbij is het belangrijk dat je consequent bent in je aanpak en dat je consequenties verbindt aan het gedrag van het kind.

Hoe pak je het aan?

De aanpak bij zindelijkheidstraining heeft betrekking op de houding van de opvoeder en de situatie waarin het kind iets kan leren. Als het kind naar de kinderopvang gaat, zijn er verschillende situaties en verschillende opvoeders. In dat geval is goede afstemming tussen de opvoeders een belangrijke voorwaarde om de kans van slagen te vergroten. De aanpak is gericht op het stimuleren van gewenst gedrag, namelijk: dat het kind uit zichzelf en op tijd naar de wc gaat. Om dit gewenste gedrag te bereiken, volgen nu enkele tips:

 

Algemene tips:

  • Laat het kind regelmatig drinken
  • Zet een potje klaar of zorg ervoor dat de wc binnen bereik is
  • Moedig het kind steeds aan om naar het potje of de wc te gaan zitten: ‘kom maar, dan gaan we het nog een keer proberen. Laat maar eens kijken hoe gaat jij dat al kan!’
  • Prijs het kind voor elke poging om naar de wc te gaan: ‘wat goed dat je probeert te plassen’
  • Beloon het kind voor elke geslaagde poging: ‘wat knap van jou dat het gelukt is om te plassen’
  • Spreek het kind aan op ongewenst gedrag. Keur het af als het kind in zijn broek (of op de grond) plast: ‘wat doe je nou?! Plassen doen we op de wc. Loop maar even mee, dan proberen we het ook nog even op de wc’

Bij je aanpak zul je er rekening mee moet houden dat het misschien niet in één keer lukt. Sommige kinderen worden van de ene op de andere dag volledig zindelijk, maar dit is zeldzaam. Bij de meeste kinderen gaat er een langere periode overheen voordat ze dag en nacht zindelijk zijn. En sommige kinderen blijven tot een jaar of zeven in hun broek plassen. Waar dat mee te maken heeft, is vaak onduidelijk.

De zindelijkheidstraining kun je indelen in 3 fasen. Per fase volgen nu enkele tips.

Fase 1: de beginfase

  • Laat het kind overdag zonder luier en zonder (onder)broek rondlopen
  • Doe het kind ‘s middags in bed wel een luier aan
  • Doe het kind wel een luier aan als je de deur uitgaat
  • Laat het kind ‘s nachts wel een luier dragen

Fase 2: de vervolgfase

  • Laat het kind overdag zonder luier rondlopen, eventueel zonder (onder)broek
  • Laat het kind ‘s middags zonder luier met (onder)broek slapen (desnoods op een extra plaszeiltje)
  • Doe gewone kleding aan zonder luier als je de deur uitgaat
  • Laat het kind ‘s nachts wel een luier dragen

Fase 3: de afrondingsfase

  • Laat het kind overdag zonder luier rondlopen in gewone kleding
  • Laat het kind ‘s middags zonder luier slapen
  • Doe gewone kleding aan als je de deur uit gaat
  • Laat het kind ‘s nachts geen luier dragen
  • Haal het kind ‘s avonds laat nog even uit bed om te plassen

De stickerkaart

Met behulp van een stickerkaart kun je gewenst gedrag belonen. Een beloningssysteem kan effectief zijn, mits het op de juiste manier wordt gebruikt.

Tips:

  • Benoem concreet hoe het kind een sticker kan verdienen: wat moet het kind doen en met welke frequentie? Krijgt het kind een sticker voor elke keer dat het iets op de wc doet? Of moet hij de hele dag droog blijven om een sticker te ontvangen?
  • Gebruik een stickerkaart waarbij een kind gedurenden de dag meerdere momenten heeft waarop het iets kan verdienen. Als het dan een keer mis gaat, heeft het kind in het vooruitzicht dat het die dag nog een nieuwe kans van slagen heeft
  • Bij een tweeling: kijk goed naar de plek waar je de stickerkaarten ophangt. Bij sommige tweelingen werkt competitie bevorderend, terwijl dit bij andere tweelingen juist belemmerd werkt. Of je de kaarten direct naast elkaar hangt of juist op verschillende plekken, hangt dus af van het type tweeling
  • Gebruik de stickerkaart niet te lang. Bekijk per week of het effect heeft. Meestal is een week of twee voldoende om een gedragsverandering te zien. Als je er daarna mee door wilt blijven gaan, overweeg dan een ‘stopweek’ of pas de stickerkaart aan
  • Benut het moment van stickerplakken om het kind nog even extra in het zonnetje te zetten. Kinderen zijn gevoelig voor complimentjes, dus wees er niet te zuinig mee!
  • Als een stickerkaart niet werkt, zoek dan naar een ander soort beloning. Een beloningssysteem werkt alleen als het kind gevoelig is voor de beloning. Suggesties zijn: iets lekkers krijgen, iets leuks mogen doen (samen een spelletje doen, samen koekjes bakken)

 

Hier volgt een voorbeeld stickerkaart:

 droog uit bed

 ochtend

droog uit bed

middag

Maandag
Dinsdag
Woensdag
Donderdag
Vrijdag
Zaterdag
Zondag

Met deze stickerkaart kan het kind elke dag vier stickers verdienen: door ‘s ochtends droog uit bed te komen, door ‘s ochtends een keer iets op het potje of de wc te doen, door ‘s middags droog uit bed te komen, en door ‘s middags een keer iets op het potje of de wc te doen. Zo heeft het kind vier kansen om een sticker te verdienen. Bij deze kaart mag het kind dus ‘fouten’ maken. Het kind mag dus best ‘een ongelukje’ hebben en kan dan nog steeds een sticker verdienen. Het is ook belangrijk dat die ruimte erin zit. Het gaat er namelijk niet om dat het direct foutloos lukt, het voornaamste is dat de zindelijkheid op gang wordt gebracht. Als het kind dit eenmaal door heeft, kun je aan de volgende stap gaan werken: droog blijven.

Hier kun je stickerkaarten downloaden:

Stickerkaart auto

Stickerkaart bloem

Stickerkaart hond

Stickerkaart poes

Stickerkaart smile

Stickerkaart zon


Als niets lijkt te werken…

Sommige ouders hebben al van alles geprobeerd en hebben het idee dat niets lijkt te werken. Misschien zijn er factoren van invloed waardoor het bij jouw kind net even anders gaat. Het kan een goed idee zijn om ook eens de huisarts te raadplegen, bijvoorbeeld bij vermoedens van enurese of encoprese.

Maar het kan zeker ook de moeite waard zijn om je eerdere pogingen een nieuwe kans te geven. Soms blijkt dat een eerdere aanpak op een later moment wel werkt. Een paar maanden maakt voor een kind op die leeftijd veel uit. Voor persoonlijk advies kun je ook altijd even contact opnemen via suzanne@twinsvideoblog.nl

Geplaatst in Uncategorized | Getagged , | Een reactie plaatsen

Praktische tips bij slaapproblemen

Dit artikel is geschreven voor ouders van kinderen die moeite hebben met slapen. Er zijn kinderen die moeite hebben met inslapen en er zijn ook kinderen die regelmatig ‘s nachts wakker worden en dan gaan liggen huilen. Normaal gesproken komen dit soort problemen vooral voor tijdens de eerste levensjaren.

Hier volgen enkele tips die bedoeld zijn om slaapproblemen te verhelpen en voorkomen:

Doen: zorg voor een vast dagritme. Dit maakt het zowel voor je kind als voor jezelf een stuk gemakkelijker: het vermindert stress en discussie met je kind over wanneer hij naar bed moet. Het heeft ook een rustgevende uitwerking op het gedrag van je kind. Na een rustige dag kan je kind gemakkelijker in slaap vallen, en in slaap blijven.

Niet doen: zorg ervoor dat de dagen niet gevuld zijn met teveel drukte en opwinding. Je kind heeft ook tijd nodig om nieuwe ervaringen te verwerken. Geef je kind dus gedurende de dag af en toe een rustmoment. Dit kun je doen door even samen op de bank een boekje te lezen. Of door samen aan tafel wat te drinken en te kletsen. Het is belangrijk dat een kind de opwinding van de dag zoveel mogelijk kwijtraakt voordat het naar bed gaat. Dit helpt een onrustige nacht te voorkomen.

foto4-iris-timo

Timo en Iris

Doen: neem even een moment alleen met je kind voordat hij naar bed gaat. Door je kind gericht aandacht te geven, wordt hij zich ervan bewust dat je er voor hem bent. Je kunt hierbij denken aan een rustgevende activiteit zoals samen een boekje lezen of een slaapliedje zingen.

Niet doen: besteed niet TEVEEL tijd aan het naar bed brengen van je kind. Het moet voor je kind duidelijk zijn dat hij naar bed wordt gebracht om te gaan slapen en dat het niet de bedoeling is om aandacht te blijven vragen. Sommige kinderen zijn een ster in het manipuleren van hun ouders. Daarom is het belangrijk dat je duidelijk maakt dat niet je kind degene is die bepaalt wat er gebeurt, maar jij! Geef je kind kind maximaal 10 minuten aandacht en laat het dan alleen.

Doen: maak duidelijk dat jij ‘de baas’ in huis bent. Jouw houding ten opzichte van je kind zal altijd zijn gedrag beïnvloeden. Maak dus overduidelijk dat JIJ degene bent die bepaalt wat er gebeurt. Jij als ouder weet het beste wat je kind nodig heeft.

Niet doen: sta het niet toe dat je kind zich ‘misdraagt’ bij het naar bed gaan. Als je kind de neiging heeft om er een probleem van te maken als hij naar bed moet, zul je dit direct moet stoppen. Je kind zal moeten accepteren dat jij bepaalt wat er gebeurt. Door duidelijke grenzen te stellen, help je je kind om dit te accepteren.

Doen: maak zo nodig gebruik van straffen&belonen. De beste manier om het gedrag van je kind te beinvloeden, is door middel van straffen en belonen. Straf je kind direct als het zich misdraagt. Dus als je kind hard ligt te huilen, kun je zijn favoriete knuffelbeest voor een paar minuten wegnemen. Je kunt ook het nachtlichtje uit doen, of aankondigen dit te doen als hij niet stopt met huilen. Als het kind goed geslapen heeft, kun je hem de volgende dag belonen. Je kunt bijvoorbeeld een extra boekje voorlezen als hij weer naar bed gaat.

Niet doen: schroom niet om boos te worden als je kind weigert te gaan slapen. Of in elk geval je kind streng toe te spreken. Je kind moet weten waar grenzen liggen. Een manier om dit duidelijk te maken, is door boos te worden. Of eigenlijk, doen alsof je boos bent. Maar wacht niet te lang met ‘de boze ouder spelen’. Als je dit te lang uitstelt, loop je de kans dat je echt gefrustreerd raakt. En dit wil je natuurlijk niet op je kind afreageren. Sla je kind nooit!

Doen: negeer je kind een tijdje als boos worden geen effect heeft. Soms is het goed om het gehuil van je kind even te negeren, met name tijdens de nacht. De meeste kinderen slapen binnen een week weer ‘s nachts door.

Niet doen: haal je huilende kind niet uit bed. Als je kind eenmaal uit bed is gehaald, wil hij waarschijnlijk niet meer terug zijn bed in. En leg je kind niet naast jou in bed. Voor je het weet, wil hij niet meer anders…

Doen: probeer rustig te blijven. Als je het toelaat om gefrustreerd te raken, is de kans groot dat je zelf niet meer verder kunt slapen vanwege de grote hoeveelheid adrenaline die door je lijf giert.

Niet doen: vergeet niet dat er ooit een tijd komt dat je kind gaat doorslapen.

Probeer het positief te bekijken. En als dit echt niet meer lukt, koop dan dit boek:

http://www.amazon.com/Go-F-Sleep-Adam-Mansbach/dp/1617750255

Geplaatst in Uncategorized | Getagged | Een reactie plaatsen

Je zal het maar zijn!

Voor het BNN televisieprogramma Je Zal Het Maar Zijn – gepresenteerd door Sophie Hilbrand- is men op zoek naar tweelingen (18-35 jaar) met een bijzonder verhaal. De verhalen kunnen uiteenlopend zijn: tweelingen die allebei een totaal andere kant op zijn gegaan in hun leven, tweelingen van tussen de 20 en 30 die nog steeds onafscheidelijk zijn, tweelingen met een bijzondere hobby of misschien wel een tweeling van wie een van de twee ernstig ziek is. Ze staan open voor alles!

Ben je geinteresseerd? Stuur dan een mailtje naar suzanne@pim-tv.nl

Charlotte en Lydia

Charlotte en Lydia

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Zoek de tweeling: kun jij raden wie op deze foto de tweeling is?

 

Twee-eiige tweelingen lijken over het algemeen net zoveel op elkaar als gewone broertjes en zusjes. Ook zij delen gemiddeld 50% van hun genen.  Hier moest ik aan denken toen ik deze foto van mijn dochters met hun vriendinnetjes had gemaakt.

Kun jij zien wie op onderstaande foto de tweeling is? Mail je antwoord naar suzanne@twinspiratie.nl en maak kans op een gratis exemplaar van mijn e-book Twinspiratie!

 

lois-lora-lois-Jasmijn

Lois, Jasmijn, Lora en Lois

 

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Vriendschappen bij Tweelingen: verschillen tussen tweelingtypes

Er is onderzoek gedaan naar vriendschappen bij tweelingen. Hierbij is gekeken naar de mate van overlap in gedeelde vrienden bij de verschillende tweelingtypes. In dit artikel kun je lezen hoe die verhouding eruit ziet.  Spelen jouw kinderen ook vaak met dezelfde kinderen?

Lees het artikel:

Tweelingen en Vriendschappen: verschillen tussen tweelingtypes

foto8-inge-vincent2

Vincent en Inge

Geplaatst in Uncategorized | Getagged | Een reactie plaatsen

Dominantie bij tweelingen: hoe ga je hiermee om?

Voor een tweelingkind is het niet altijd gemakkelijk om op te groeien in een situatie met een kind van dezelfde leeftijd. Natuurlijk is het fijn om altijd een kameraadje om je heen te hebben. Maar tegelijkertijd zorgt deze situatie er ook voor dat je continu iets met de ander ‘moet’. Met name tijdens de dreumes en peuterfase (van één tot vier jaar) hebben tweelingkinderen regelmatig strijd met elkaar. Dat komt doordat ze zich geleidelijk van elkaar gaan losmaken. De kinderen worden zich ervan bewust dat ze aparte individuen zijn met elk hun eigen gedachten en gevoelens.

Jesse en Ruben

Jesse en Ruben

Naarmate ze ouder worden, gaan de onderlinge verschillen steeds meer opvallen. Dit heeft meestal tot gevolg dat tweelingkinderen op een bepaalde manier met elkaar zullen gaan wedijveren: wie is de grootste? wie is de snelste? wie is de sterkste? Dit kan soms extreme vormen aannemen, bijvoorbeeld als de kinderen overal een wedstrijd van gaan maken.

Dominantie

Een tweelingkind kan zich dominant opstellen om het gedrag van de ander te beinvloeden. Dominantie is een bekend verschijnsel bij tweelingen (zie Dominantie bij tweelingen).

Ik krijg hier regelmatig vragen over van andere tweelingouders. En ook herken ik het van mijn eigen tweeling. De belangrijkste vraag is in hoeverre het een probleem is als de één dominanter is dan de ander. En de vraag is ook in hoeverre je dit kunt (en moet willen) beinvloeden. Dat het ene kind zich dominant opstelt en de ander volgt is namelijk een eigenschap die voortkomt uit hun karakter.

Verschillende karakters

De persoonlijkheidsontwikkeling van een kind wordt beïnvloed door aanleg (het karakter) en omgeving (de opvoedingssituatie). Er zijn verschillende onderzoeken die hebben aangetoond dat met name aanlegfactoren bepalen hoe de persoonlijkheid van een kind zich ontwikkelt en dat de omgeving (de opvoeding dus) veel minder van invloed is dan men vaak denkt. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat de opvoeding er niet toe doet. Maar het betekent wel dat het de vraag is in hoeverre je dit soort gedrag kunt beinvloeden.

Ik denk dat het belangrijk is dat je kinderen leert omgaan met wie ze zijn. Is het ene kind dominant? Geef het dan de ruimte om (tot op zekere hoogte) te mogen bepalen. Maar leer het ook om zich bewust te worden van het effect van zijn handelen. En leer dit kind om rekening te houden met anderen. Is de ander een volger? Geef het dan de ruimte om van andere te leren. Maar waak ervoor dat dit kind niet wordt ondergesneeuwd door de ander.

Hier volgen enkele tips:

  • Verdeel de aandacht zo eerlijk mogelijk. Aan de tafel kun je de leiding nemen en de kinderen om de beurt wat laten vertellen. Ook helpt het als de kinderen om de beurt hulpje mogen zijn (zie Hulpje van de Dag).
  • Geef de kinderen individuele aandacht. Doe met elk kind regelmatig apart een spelletje of neem eens één kind mee de deur uit in plaats van allebei.
  • Overweeg de mogelijkheid om ze op school te scheiden. Dit is niet altijd een goede oplossing, omdat ze daar ook veel aan elkaar hebben. Maar voor sommige tweelingen geeft dat rust. Soms zie je dat het dominante kind zich dan juist onveilig gaat voelen, omdat het zorgen voor de ander ook een vertrouwd gevoel geeft.
  • Vraag je kinderen of ze aparte slaapkamers willen. Een eigen plek in huis kan je kinderen helpen om wat meer los te komen van elkaar. Het is dan ook gemakkelijker om je kinderen apart aandacht te geven, bijvoorbeeld bij het naar bed gaan.

Ik denk dat het belangrijk is dat je je kinderen zoveel mogelijk betrekt bij de opvoeding. Vraag je kinderen hoe ze dingen ervaren. Soms denk je als ouder dat je kind last heeft van de ander, terwijl je kind zelf dit misschien niet zo ervaart. Uiteindelijk zullen je kinderen zelf een manier moeten vinden om met elkaar om te gaan. Als ouder kun je ze hier natuurlijk wel bij helpen. Door aandacht te hebben voor hun gedachten en gevoelens kun je ze helpen om meer zelfinzicht te ontwikkelen. Vul dus niet te snel in, maar stel vragen.

Heb je nog vragen aan mij? Stuur me dan een email suzanne@twinspiratie.nl

Geplaatst in Uncategorized | Getagged | Een reactie plaatsen

Advies bij discussie ‘samen-of apart’ op school

De laatste tijd krijg ik weer veel vragen van ouders over het tweelingenbeleid op school. Er zijn nog steeds veel scholen waar ouders niet de mogelijkheid krijgen om hun tweelingkinderen bij elkaar te laten te plaatsen. Het probleem is vooral dat ouders tegenwoordig hun kinderen al vroeg moeten aanmelden op een ‘goede school’, omdat er anders geen plek meer is. Bij de aanmelding (soms al op 2-jarige leeftijd) weten ouders meestal nog niet of ze hun kinderen op school bij elkaar willen houden of niet. En ook staan de meeste ouders er niet bij stil dat dit een probleem zou kunnen zijn.

Annick en Elin

Annick en Elin

Ik heb destijds met mijn eigen tweeling voor hetzelfde probleem gestaan. Uiteindelijk hebben wij gekozen voor een school die onze tweede voorkeur had met een flexibel tweelingenbeleid. Wel bleek later dat deze school van plan was om onze tweeling in groep 3 alsnog te scheiden. Gelukkig hebben we dit kunnen tegenhouden, al kostte dat de nodige discussie. In deze discussie werd mij wel duidelijk hoe het komt dat tweelingouders het gevoel hebben dat ze op school tegen een muur aanlopen.

Hier volgen tips:

  • Begin op tijd met oriënteren bij de scholen in de buurt
  • Ga direct in gesprek met de schooldirectie bij een star tweelingenbeleid
  • Verstrek informatie. Vooral het artikel Tweelingen naar school: samen of apart is geschikt voor leerkrachten
  • Probeer de discussie open te houden. Als directie zich eenmaal stellig heeft uitgesproken, wordt het lastig om de discussie om te buigen
  • Zoek naar alternatieven. Kom bijvoorbeeld met het voorstel om een proefperiode in te lassen. Dit maakt het gemakkelijker om akkoord te gaan

Ik heb gemerkt dat het voor een school lastig kan zijn om een uitzondering te maken op het bestaande tweelingenbeleid. In feite moeten ze dan toegeven dat het huidige beleid niet deugt. En hoe kunnen ze dat verantwoorden aan andere tweelingouders die jou op deze school zijn voorgegaan en ermee hebben ingestemd om hun tweeling te laten scheiden?

Argumenten als ‘wij praten uit ervaring’ zijn eenvoudig te weerleggen. Want de ervaring die men op school heeft, is gebaseerd op al die andere tweelingen die wel gescheiden zijn en uiteindelijk hun weg hebben gevonden (ze moesten wel!). Of enkele extreme gevallen uit het verleden waarmee het niet goed heeft uitgepakt. Maar daar gaat het niet om. Het gaat in dit geval om je eigen tweeling die naar jouw idee beter af is als ze wel bij elkaar blijven.

Ouders die twijfelen geef ik meestal het advies om het gewoon uit te proberen. Geef je kinderen gewoon het voordeel van de twijfel en kijk hoe het uitpakt. Als blijkt dat het niet werkt, kun je altijd nog je mening bijstellen. En dan heb je in elk geval duidelijke argumenten waarom dat beter is. Ik vind het trouwens veel belangrijker dat kinderen bij aanvang van de basisschool gaan ervaren dat school leuk is in plaats van dat ze leren om op eigen benen te gaan staan. En ik vind ook dat dit iets is dat niet bij school thuishoort, maar bij de ouders. Zij kennen hun kinderen het beste.

Je kinderen kunnen zich op school pas goed ontwikkelen (in cognitief, emotioneel èn sociaal opzicht) als ze lekker in hun vel zitten. Dat het daarom beter is als ze bij elkaar blijven spreekt voor zich.

Heb je nog vragen? Neem dan contact met me op suzanne@twinspiratie.nl

Geplaatst in Uncategorized | Getagged | Een reactie plaatsen